Nieuwe stap voor stapkaart voor slotenmaker Vilvoorde

[Met die wat gecompliceerde zin verlangen is Soutendam kennelijk beweren het een zichtbare invloeden over de immigratie met name onder arbeidersmeisjes alsnog tastbaar was. Mits net opgevoede burgerjongen had hij daar klaarblijkelijk wilde visoenen voor.]

Want muziekmeesters van beroep kende men toen zo niet. Mij kan zijn wel gebleken, dat een studenten in het Fraterhuis in de zanger en een muziek werden onderwezen, tevens al zongen zij niet verdere bij de kerk­dienst mee, zoals een voormalige ‘Broeders des Gemeenen levens’. Daarom komt het mijzelf waarschijnlijk voor dat Huygh Pietersz, welke zo in een onmiddellijke nabuurschap over genoemde instelling woonde, een man was, welke een „eer­bare Jonggesellen binnenshuys instrueerde in de funda­menten over Musijck ende Sang”.

Een meeste dier ondernemers geraken nu nog uitgeoefend, maar vele bestaan mettertijd, gelijktijdig met het verlies der takken betreffende nijverheid, welke hunne hulp behoefden, allengs verdwenen en teniet gegaan.

Waarschijnlijk had hij zijn vermogen aan welberekende of fortuinlijke speculaties in deze of gene waar te danken.

nog altijd in zwang kan zijn, even als de oud-Hollandse benamingen der maten en gewichten, drukte dit hiërarchische denkbeeld overduidelijk uit. Edoch, al dit antieke kan zijn ander geworden en vanwege allemaal wil je ook een schijn aangaande ons ‘lover van 't verleden’ in al die opzichten te wezen, zoveel geoorloofd te vermijden.

Op de hoek met de Breesteeg met een westzijde met de Koornmarkt stond toentertijd de brouwerij ‘Inde Werelt’, werkende betreffende 1 eest en 2 ketels. Zeven huizen verder noordwaarts­ “een brouwerije ‘Inde Pauwe’, daervan eyghenaer is Jacob Pauw ende kan zijn oock bewoonder; sijn vrouw is aengheefster”.

In de middeleeuwen bestonden daar openbare stoven, waar ieder zichzelf kon gaan warmen en reinigen tegen ons geringe toegangsprijs, waar later verder betreffende een bak werd gespeeld of ‘een kloot geslagen’.

Wandelen we van ‘de Culck’ de oostzijde van dit Antieke Delft zuidwaarts op, dan komen wij in het begin langs twee ‘suppoosten over Mars’ ofwel over ‘Bellona’, zo men wil, namelijk ons spies- en een scheêmaker; een ‘Italiaen’, die het register noemt: Mario de Lamodderet.

Aan een westzijde over de zogenoemde Pontemarkt, ons gedeelte over een Brabantsche Turfmarkt, aldus genaamd naar een ponten; welke „

Zij bestonden uit 2 delen, een bovendeel en een onderstuk, hauts de chausses en bas de chausses. Tegenwoordig noemen wij slechts dat laatste deel een kous.

Voor het bezoek aangaande de kwartiermeesters moest deze het ook de aangifte betreffende dit aantal stookplaatsen aan bestaan huisvrouw opdragen, omdat deze zelf afwezig was.

Hetgeen deze op deze plaats ter stede deed - mogelijkerwijs was deze tafel- of lombardhouder - weet ik niet te zeg­gen. In 1554 had Percheval Fasiotis ‘coopman aangaande Piemont’ octrooi aan de keizerlijke majesteit gevraagd om hier ter stede ‘tafel’ te mogen houden. Tot profijt van een armen zou deze jaarlijks in handen met een H.Geestmeesters 5 pond grooten Vlaams betalen.

  waren toentertijd alsnog ver te zoeken. Een ‘nieuwmaeren’, meteen de latere couranten in het begin heetten, werden ook over het algemeen mondeling over­gebracht door reizende boden, schippers en andere ambulante mensen. Hun onbevangen, via een politiek niet beneveld oordeel, placht een feiten eenvoudiger en juister op te vatten en verdere overeenkomstig hun ware toedracht alsook slotenmaker Diepenbeek te segmenten, vervolgens thans via een ‘gedrukte’ boden van het nieuws vermag te geschieden, nu men zichzelf met het van gisteren en heden slechts node vergenoegen mag.

dit voorva­derlijk bedrijf hebben uitgeoefend, tevens op de Koorn­markt, doch aan de overzijde betreffende die gracht, in een sindsdien gesloopte brouwerij ‘Het Truweel’.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *